Atlantische kust – vrijdag 13 september

De ontbijtzaal ligt in een decor van zwaar, donkerbruin hout dat je een paar decennia terugvoert in de tijd. De strenge meneer eist ons kamernummer voor hij over koffie wil praten. Hij is verbaasd als we ‘café con leche?’ beantwoorden met ‘café sin leche’. Met por favor natuurlijk.

Het hotel maakte dat ik pan magica de Harry (dat wonderbrood dat jaren goed blijft, net als de nasmaak die je ervan krijgt) verwachte, het ontbijt blijkt keurige stukken stokbrood, gekookte ham, hotelblok van geitenkaas, stukken suikermeloen – de lekkerste die ik ooit at, watermeloen, appel of sinaasappel om mee te jatten, muesli, pakjes abrikozenjam en boter. De mevrouw met het haar geblondeerd zoals alleen een Spaanse dat kan werpt ons en de gasten die na ons binnenkomen glazen toe en schenkt er jus in terwijl ze denkt aan heel andere dingen. Er komt ook nog een bord met een sneetje toast. Van echt brood, niet van Harry.

We gaan naar Santa Justa, de belevenissen van de dag zijn niet echt belevenissen maar de weg erheen is adembenemend mooi. Zwitserse bergweiden met chalets in Spaanse kleuren, koeien in soorten en maten; met grote krullerige hoorns en zilverzwarte vacht. En koebellen. Zwitsers dus. Santa Justa is een baai met eromheen kliffen die me aan die film met Elvis doen denken. Heel steil, bloedgevaarlijk en heel aantrekkelijk. Er loopt een smal geiten(koeien?)paadje dat we beklimmen, ik steun af en toe op mijn handen waardoor ik eruit zie als een bespottelijke berggeit in blauw bloemenrokje. Aan de zijkant van de baai is in de rots lang geleden een huis gebouwd. Er staan zonnepanelen op het dak. Uit de rotswanden groeien plantjes die het midden houden tussen rucola, postelein en zeekraal, ze zien er lekker uit en zijn dat ook. Kruidig, citroening en zilt. Ik post een foto maar de natwoorden lijken me onzinning, zeevenkel is het zeker niet, Ik neem wat zaadjes mee, ze zijn nog net niet rijp maar wie weet. Ik zal later aan Vreeken vragen of hij het kent.

We lunchen in Suances, eerst een bier bij een zaak die ‘goed is aangepakt’ met veel zwart horecaconcept en dus juist heel  anti-hip. Bij het bier komt een plakje brood met chorizo. Het sympathieke resto waar we wel gaan eten heeft een grote kaart waarop voor mij maar liefst 2 salades te vinden zijn waar het vlees vanaf zou kunnen. Verder is er 1 pizza. Ik hoop huisgemaakt. Dat lijkt me bij proeven sterk, zelfs de champignons zijn uit blik, het deeg is zoet, bijna zo knapperig als een koekje. Heel veel mozzarella, dus vol ben ik wel.

Dan naar playa los Locos, daar gaat het meisje van de bediening ook heen. Of naar Santa Justa maar daar waren we al. Ook los Locos ligt in een baai, de enige strandtent ligt halverwege de afdaling naar het strand en is wel open. De baren zijn woest, de in het zand geplante rode vlag wappert. Pootje baaien durf ik wel, de stroming trekt aan mijn kuiten

Al sinds we hier gisteren aankwamen wordt B geroepen door Hotel Santillana op de hoek, z;efs het bord Hamburgesia vindt hij sympathiek geschilderd. Bij het bier komt een pincho tortilla en olijven in olie met pimentón. De kaart is heel onaantrekkelijk. De vriendelijke Spaanse Chinese brengt een kaart met zelfs voor B niks leuks, hij hoeft niet veel te eten maar dit niet. Toch maar het dorp in, daar klinkt harde rock: 2 oude lullen en 2 jonkies staan veel te zwaar versterkt op het middeleeuwse dorpsplein. We kijken even naar de kaart van de restaurants, maar gaan aan dat plein in elk geval niet eten. Niks lonkt, de muziek dreunt. Het resto waar drie keer achter elkaar mensen naar binnen gaan nadat ze de kaart lazen ziet er wat chique uit voor mensen zoal wij die niet uitgebreid meer hoeven eten, maar de kaart biedt een groentegerecht. Ik hoef niet veel, maar wel wat groen. We mogen een menu delen: hij voor, ik hoofd. 3 rode puntpaprikaatjes gevuld met tofu (denk ik, het is wit, iets korrelig en smaakt niet echt ergens naar) in romige, gladde paddenstoelensaus die een maaltijd op zich mag heten. Zijn voorgerecht ‘lokale specialiteiten’ blijkt een enorm bord met hammen, worsten en nog zo wat. Charcuterie voor minstens drie, als je de plakjes op zou stapelen zou het een flinke rib eye zijn. Gelukkig had hij geen honger.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.