Het hotel lig bijna bovenop de berg van San Sebastian en heeft een spectaculair uitzicht over de stad en baai. De ontbijtzaal is een belevenis, een zaal met loodzware donkere tafels en stoelen uit de Asterix.  Belèn, de charmante, zowaar alweer Engelssprekende, jonge eigenaresse van het hotel legt ons uit wat we op het buffet zien: twee soorten kaas, ham, fruitsalade, brood, van die dingen. Waar ze niets over zegt is de rij lege Beef Eater ginflessen die langs de gehele wand boven het buffet zijn uitgestald, de twee poppen in antiek Engels uniform, de diverse rode jasjes met gouden tressen die uit een Engels schilderij weggelopen lijken, de oude militaire hoeden en baretten, de theeblikken, de portretten van een jonge koningin Elisabeth, de correspondentie met the queen. De hele ruimte is een ode aan Engeland en haar in het bijzonder. Ik kan het niet laten en zoek Belèn om te vragen hoe dat zit, heeft haar vader soms gediend in her majesty’s army? Ze kijkt licht beschaamd en vertelt met haar o zo charmante Spaanse accent dat het een hobby van haar man is, ze weet niet precies waarom maar hij is gek op Engeland, had er graag geboren willen zijn en is gek op de koningin. Hij correspondeert ook met haar. Niet nu hoor, maar toen ze jonger was voelde hij zich zelfs tot haar aangetrokken, hoe zeg je dat, fysiek. Nu is het denk ik vooral een platonische lòb. –Dat heb ik nog nooit iemand gehoord, de Spaanse v =d zo diep in je systeem dat je ‘i lob you’ niet raar vindt klinken–.

Belèn raadt ons aan helemaal naar de top van de berg te gaan voor het aller, allermooiste uitzicht. Daarvoor moet je 2 euro entree betalen aan een pretpark voor kinderen, iets verlatens met plastic rotsen, een spookkasteel, een treintje en bootjes op een meertje vol algen. Maar het uitzicht is inderdaad spectaculair.

Na een enorme, iets te lange, bergetappe aangekomen in Leketio, aan de haven een rij restaurants. Ik zie het op de bar al aan de pinchos/pinxtos, als ze zelfs tussen de tortilla een plak spek hebben zitten. B vraagt het toch, de barman wijst aan: ‘ voor vegetarianas hebben we atun, atun y atun’. Geen spoor van ironie.

We gaan een restaurant verderop zitten. De dagschotel voor B: merluza (een flinke moot heek), friet, salade met atun en stukjes hardgekookt ei. Voor mij: idem, de vis is vervangen door 2 gebakken eieren, het wit loopt nog een beetje.

Zoeken naar een slaapplaats valt niet altijd mee als je per ongeluk steeds een pelgrimsroute volgt. Dan kom je ook vaak een herberg voor pelgrims tegen waar je vrijwillig op zaal slaapt met wildvreemden die snurken, scheten en zweten. En het al is het niet veel, maar daar betaal je dan ook nog voor, net als voor het pelgrims-bord geëxplodeerde bloedworst met friet. In een gevangenis heb je in elk geval nog privacy op nog een eindje door.

San Andres, ofwel etxebarria. Het aller, allersaaiste dorp dat we ooit gezien hebben. Als we uit de auto stappen ruikt die naar rubber, de motorkap is heet. Er lijkt niks onder vandaan te lekken, we laten het maar even.

Ons overmachtigsadres blijkt in een flat te zijn. Voor mij checken er twee Compostella gangsters in. De mevrouw van de verhuur lijkt op M van James Bond. Als ik haar vraag of we in het dorp iets kunnen eten of beter een dorp verderop kunnen gaan wijst ze uit het raam naar de overkant, een troosteloos terras. I’s dat goed?’. ‘Ja hoor, prima’.

Of we er gaan eten zien we dan wel weer, maar in deze kamer blijven is te erg. Op het terras is het zo saai dat we het internet erbij halen, zelfs dit volkomen nietszeggende dorp heeft een vermelding en foto’s, we gaan de attracties af: een fontein, 2 vuilnisbakken, een huis waar niet is ingebroken.

Restaurantfoto’s zijn er ook, zowel op een lichtbak in de zaak als op het net: een rvs schaal met bruine dingen in allerlei verschijningsvormen; bruine brei plus nat, 4 bruine dingen met friet en een klontje, heel natte bruine brei met fijne bolletjes wit schiftsel.

Boodschappen: een foto van twee breed lachende mannen met evenveel tand als iq. Tevens voor al uw daklozenopvang. Een vitrine-automaat etalage met plastic flessen melk en wasverzachter.

Apotheek: ‘Bar Sebastian’ (écht waar) alleen contant geld en ‘Babel’  (ook écht waar), ook zitplaatsen buiten.

We vinden verderop een iets minder troosteloos café, B neemt er met gevaar voor eigen leven een bocadillo met pollo. Goed de kip is gaar, maar het is ook al na achten dus hoelang die daar al op de bar staat? Ik eet in onze hotelkamer wat chips en een tomaat die we meebrachten. We gaan zoeken naar een appartementje of wat dan ook met een keuken, dit gaat niet langer.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *