We rijden zonder ontbijt naar Bilbao, vanuit de parkeergarage komen we op een plein met funky nieuwbouw die eruitziet of het rijen verschillende oude geveltjes zijn, eentje zelfs met torentje, maar toch echt een gebouw, en nieuw, is. Koffie op een terras, een croissant met bestek erbij. Als ik hem in mijn hand neem begrijp ik waarom; de bovenkant is geglaceerd met mierzoete, plakkerige stroop. We wandelen richting Guggenheim. Een gebouw dat in het echt veel meer doet dan op de plaatjes, het futuristische uiterlijk ziet er ook heel Gaudí uit met lijnen die uit de natuurlijk komen. Vanbinnen zie je dat eigenlijk nog beter, het gebouw maakt meer indruk dan de moderne kunst die er hangt. Dat is tot we op de begane grond zijn, de lichtgevende letters die in een oneindige stroom van de vloer opstijgen om te verdwijnen in de vloer van 1 hoog maken indruk, net als de film uit twee perspectieven die tegelijk af worden gespeeld waardoor je in het midden staat van wat er gebeurt. En dan Serra, de gebogen stalen wanden zijn de reis meer dan waard. Het lijkt niet veel bijzonders maar elk object, ruimte, –hoe noem je zoiets?– heeft een totaal andere sfeer, de enen keer sta je in ene cirkel en voel je hoe klein je bent, de nader keer loop je door een gang die steeds van dimensie veranderd. Of het is er door de stand van het staal doodstil of juist echoënd. Je moet erbij geweest zijn vrees ik. In het Stedelijk is gelukkig ook weer zo’n ‘ding’ dus het kan dichterbij huis, maar hier staan er dus een heleboel. Als we aan het einde van de zaal zijn doen we ze achterstevoren nog een keer. We leren ook dat Bilbao de absolute hoofdstad van het ijzer is, dat verklaart al het mooie smeedwerk dat we steeds tegenkomen. En de ere plaats voor zulke reusachtige ijzeren kunstwerken.

We stappen een smalle tapasbar binnen die uit een andere, chiquere eeuw lijkt te komen, een bewerkte eikenhouten bar, oude mannen van het goed leven in mooie colberts, een wand vol beroemdheden. De tapas zijn er onwaarschijnlijk duur maar met een biertje in zo’n omgeving zijn we ook al blij. De barvrouw serveert er een plakje stokbrood met chorizo bij. Ze biedt de schaal wel 3 keer aan, maar dan heeft 

De stad is prachtig, en is dat al eeuwen lang. Als we de rivier oversteken blijkt er een nóg oudere stad te zijn, ook al zo rijk gedecoreerd. Met ineens weer een maf nieuwbouw gebouw. We lopen er per ongeluk binnen bij een prijswinnende tapasbar café Lago. B proeft 5 verschillende kunstwerkjes, ook het winnende ovenschaaltje met kabeljauw. Voor mij hebben ze ik tortilla met paprika, tostata tomaat.

Ook hier hebben ze die rare churros en chocolate, drie dikke toeristen stappen verongelijkt op als het geen churros tijd blijkt.

Aan het eind van de middag zijn we uitgetoerist en rijden naar Argaños waar we een appartementje hebben gehuurd. We worden ontvangen door een vriendelijke man met een kort grijs baardje. Hij ratelt in net iets te vloeiend Spaans en grinnikt om mijn blanco gezicht. Hij is Duits, getrouwd met een Spaanse en woont hier al meer dan 20 jaar,. sinds zijn pensioen het hele jaar. Hij stelt ons voor aan zijn twee hondjes die we al ontmoette in het kwartier dat we erover deden om zijn aandacht te trekken. Er wonen ook nog drie kippen waarvan we na de rondleiding merken dat die samen met de hondjes graag bij ons naar binnen wandelen. Fred legt ons uit waar de winkels zijn. Niet gedacht dat ik het ooit zou denken, laat staan schrijven, maar het was een opluchting in de supermarkt te zijn, De vrijheid om zelf te kiezen wat je eet en wanneer je dat doet, màn een zucht van verlichting. 

s’ Avonds meld zich een klein vrouwtje aan het raam, het is Lourdes, de vrouw des huizes. Wij gaan koken, eindelijk. Ik heb aubergine, sla, paddenstoelen, tomaten, uien, courgette én paprika ingeslagen.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *