Lourdes heeft op een of ander manier opgevangen dat ik iets met kookboeken doe en vraagt me of ik daar veel groenten in gebruik. Ze gaat glimmen als ik vertel dat ze over groenten gaan, zij eet eigenlijk bijna geheel vegetarisch, haar oudste dochter ook en de jongste eet echt alleen maar groenten. Alleen Freddy is een vleeseter. Omdat we vandaag van het ene appartement naar het andere verhuizen hebben we geen keuken voor de lunch, je moet immers op tijd uitchecken en mag niet te vroeg inchecken. Ik vraag aan de groenteliefhebster of ze iets kan aanraden, ze kijkt me vragend aan. ‘ Nou ja, omdat jij ook graag groenten eet weet je misschien iets in de buurt waar je terecht kunt voor iets anders dan ham.’ A si, la Ria. Dat is heel goed, allemaal heerlijke hapjes –geen tapas hoor, tapas krijg je cadeau bij je drankje, pinchos moet je betalen– (hm, soms krijg je inderdaad nog een klein hapje geserveerd bij je drank, meestal een plakje stokbrood met ham of chorizo) maar de tapas die op de bar staan moet je doorgaans toch echt wel afrekenen, ik laat het zitten), heel veel keus en heeeel goedkoop, 1 euro of 1,50, dat is het’. Een tip van een local wordt door alle reisadviseurs al groot goed beschouwd, dus.

We vinden het café aan een uiterwaard van de rivier, net voor hij zich in zee laat lopen heeft hij een soort uitgestrekt moerasland achtergelaten met her en der een ondiep poeltje waar ik zonder al te veel fantasie een krokodil in zie zonnen.

Op de bar staan de tortilas klaar, ook een paar pinchos: plakje brood met -ingelegde zure vis met groene paprika, -een mossel met saus, -ham, -ham met paprika, -ham met kaas, -chorizo. Een hamburgesia (waarom we die toch overal tegenkomen, ja oké en olé het is brood met vlees, een heel Spaanse combinatie) maar dan gehalveerd wat ik op zich een verbetering vindt. Een grote schaal met ik schat zo’n 4 kilo olijven, en Het Aquarium. Ik zie het wel vaker staan, meestal een whiskyglas-achtige maat glas waarin olijven gespietst staan, je zou de stokjes zo in een Martini zetten ware het niet dat er ook gerolde zure ansjovis tussen zit. Hier heeft het glas het formaat van een beschaafde afwasteil. Duidelijk, de koude dingen zijn dus niet echt voor mij. Er hangt ook een kaart aan de muur, inderdaad heel goedkoop, een combinatie wijn/hapje vanaf 2,20 tot 2,90 als je heel malle wijn wil. Bij de warme gerechten vind ik, best wel volgens verwachting, aardappelen: patatas met aioli, of patatas kaas. Ik kan me daar niets bij voorstelen en het is bovendien het enige zonder dier, dat wordt dus mijn bestelling. ‘De keuken is dicht vandaag, we hebben alleen wat je ziet of een bocadillo’ (ook met ham, dat spreekt voor zich). Op weg naar la Ria sloegen we een veel charmanter terras over omdat we een missie hadden. Daar gaan we nu toch heen. Ik ontdek in elk geval tostato met geitenkaas en marmelade van tomaat en zie ook een patata variant op de kaart dus het kan. Bovendien staat er op een bord dat ze ansjovis uit de Cantabrische zee gesmoord in boter hebben (het lijkt mijbijna lekker, zolang iets in mantequillaa is klinkt het onweerstaanbaar) dus dan kan B de vis eten waar ze hier zo trots op zijn zonder er een hele keuken voor vies te maken. Als hij ze bestelt serveren ze alleen een menu vanmiddag. Waarom dat bordje er dan staat is een vraag zonder zin. Het menu wordt opgerateld, ik grijp het woord menestra uit de lucht. Dat klinkt naar meslclun/mixta/ melangée ofwel gemengd. Maar er zit ook een minestrone smaakje aan met alle varkenspoten van dien. ‘Nee, het gerecht bestaat geheel uit groenten. Wat wil je dan als hoofdgerecht?’ Eh, de tostato met tomaten, misschien kan het andersom, de groenten als hoofd?’ Bàlle. B krijgt een diep soepbord, een grote schaal met bisqueachtige bouillon en een opscheplepel. De soep met schelpjes en minder mooie stukjes, maar prima, vis kan naar believen opgeschept worden, de bouillon is zo zaligmakend dat hij bijna de halve kom oplepelt. En hij had vandaag even geen zin in vis. En hij houdt niet van soep.

Ik krijg tegelijkertijd een bord vol groenten, de aanblik brengt me terug naar de keuken van mijn overgrootmoeder. Het rook er altijd een beetje wee, naar groenten waar alle kleur en leven uitgekookt was. Op mijn bord nu grote blokken aardappel (wel een lekkere), ongeveer 4 snijbonen in schuine stukken, een paar bospeentjes in plakken, een hand witte bonen; een bord vol dat een half uur geleden nog wel kleur had en niet zou misstaan in een jaren 60 kookboek. De groenten zijn gegaard in heel lichte bouillon met een flinke scheut olie, als ze een veel kortere kooktijd hadden gehad en er wat peper en zout op tafel zou staan was het een lekker maaltje geweest. Ik eet het toch maar op, het ís groente.

Terwijl B zijn kippenpoten, gebakken aardappelen en sla krijgt, komt mijn tostata. De geitenkaas is de soort die van de rol gesneden wordt, op elke helft 2 dunne plakjes op tomatenmarmelada waarvan ik nieuwsgierig was of hij hartig of zoet zou zijn. Zoet. Dat kan op zich prima bij geit, maar na een half broodje begin ik toch genoeg van de ontbijtsmaak te krijgen. Ik schraap zoveel van het brood dat er een dun laagje overblijft, ook hier zou peper wonderen kunnen doen, een paar druppels azijn of citroensap. Ik leg de kaas weer op zijn plek zodat ze mevrouw niet ziet wat voor zootje ik ervan maak.

We checken in bij een appartementencomplex waar het aan de glijbanen en het zwembad te zien in de zomer een verschrikking zal zijn, nu zijn er maar twee appartementen verhuurd. Het is er luxe en ruim. En weer vlakbij het strand. Maar we mogen er nog niet in. Ik maakte een ijsschaal om onze boodschappen in koud te houden tussen ons oude en nieuwe adres. De boodschappen mochten wel vast inchecken in de nieuwe koeling, de schaal kan mee naar het strand als bierkoeling.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *